- Rekent LEO de alimentatie voor mij uit?
- Nee. Hij levert de norm en de wettelijke maatstaf, met vindplaats, en laat de berekening en de weging aan u. De maatstaf staat in artikel 1:397 lid 1 BW: behoefte van de gerechtigde tegenover draagkracht van de verplichte. Alles daarboven — draagkrachtformule, behoefte- en draagkrachttabellen, forfaits — is de methodiek van de Expertgroep Alimentatienormen, en die is uitdrukkelijk geen wet.
- Weet LEO welke versie van het Tremarapport nu geldt?
- Hij haalt het op in plaats van het uit het hoofd te noemen: het Rapport Alimentatienormen en de procesreglementen komen via een live verbinding rechtstreeks van de Rechtspraak. Dat is ook nodig, want „het Tremarapport” is geen enkelvoudig document: het rapport in de versie januari 2026 is op 31 december 2025 gepubliceerd, en de bijlage daarbij staat inmiddels in de versie juli 2026. Het gecureerde corpus ernaast draagt de eerdere jaargangen met hun tabellen, zodat een lopende zaak tegen de versie van toen kan worden gelegd.
- Kent LEO de duur van partneralimentatie sinds de herziening?
- Ja, uit de wettekst zelf. Artikel 1:157 lid 1 BW: heeft de rechter geen termijn vastgesteld, dan eindigt de verplichting van rechtswege na een termijn gelijk aan de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van vijf jaren. Lid 2 tot en met 4 geven de bekende verlengingen (huwelijk langer dan vijftien jaar in combinatie met de AOW-leeftijd, de geboortejaargrens van 1 januari 1970, en kinderen jonger dan twaalf), lid 5 bepaalt dat bij samenloop de langste termijn geldt en lid 7 kent de hardheidsclausule met een verzoektermijn van drie maanden. Let op het overgangsrecht: de Wet herziening partneralimentatie is in werking getreden op 1 januari 2020 (Stb. 2019, 352) en het oude artikel 157 blijft gelden voor alimentatie die daarvóór is vastgesteld of overeengekomen, en voor verzoeken die daarvóór zijn ingediend (Stb. 2019, 283, artikel V).
- Houdt LEO rekening met de jaarlijkse indexering?
- Ja, en hij noemt de vindplaats erbij. Artikel 1:402a lid 1 en 2 BW bepaalt dat vastgestelde en overeengekomen bedragen voor levensonderhoud jaarlijks van rechtswege wijzigen met een percentage dat de minister bekendmaakt in de Staatscourant, ingaand op 1 januari. Voor 1 januari 2026 is dat percentage vastgesteld op 4,6 (Stcrt. 2025, 39488). Lid 5 laat toe dat partijen de wijziging geheel of voor bepaalde tijd uitsluiten, dus het convenant blijft leidend voor de vraag óf er geïndexeerd wordt.
- Ontstaat gezamenlijk gezag tegenwoordig vanzelf bij erkenning?
- Sinds 1 januari 2023 wel, met uitzonderingen. Artikel 1:251b lid 1 BW bepaalt dat de moeder en de persoon die een kind heeft erkend het gezag gezamenlijk uitoefenen, tenzij zich een van de vier daar genoemde gevallen voordoet; lid 2 voegt daar de gezamenlijke verklaring bij de erkenning en de erkenning met vervangende toestemming aan toe. De valkuil zit in het overgangsrecht: artikel 251b „is niet van toepassing op een erkenning, gedaan voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet” (Stb. 2022, 242, artikel III; inwerkingtreding 1 januari 2023, Stb. 2022, 493). Bij een erkenning van vóór die datum blijft het dus de oude route.
- Wat zegt LEO over eenhoofdig gezag en het ontzeggen van omgang?
- Hij zet de wettelijke gronden neer en laat de weging aan u. Artikel 1:251a lid 1 BW geeft de rechter twee ingangen voor gezag aan één ouder: een onaanvaardbaar risico dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders zonder uitzicht op verbetering binnen afzienbare tijd, of dat wijziging anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is; voor ouders die niet met elkaar gehuwd zijn loopt dezelfde toets via artikel 1:253n BW. Voor omgang is artikel 1:377a lid 3 BW limitatief: ontzegging kan alleen bij ernstig nadeel voor de ontwikkeling van het kind, kennelijke ongeschiktheid of onmacht, ernstige bezwaren van een kind van twaalf jaar of ouder, of strijd met zwaarwegende belangen van het kind.
- Helpt LEO bij de boedelverdeling?
- Bij de juridische laag eronder, ja. Artikel 1:94 BW geeft de omvang van de gemeenschap en, in lid 2, de goederen die erbuiten vallen: erfrechtelijke verkrijgingen en giften, pensioenrechten waarop de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding van toepassing is, en enkele verkrijgingen uit Boek 4; lid 5 voegt het verknochte goed toe. Cruciaal is de peildatum van het huwelijk: de beperking van de gemeenschap geldt sinds 1 januari 2018 (Stb. 2017, 178), en op een gemeenschap die vóór dat tijdstip is ontstaan blijft het oude artikel 94 van toepassing (Stb. 2017, 177, artikel IV). Wat LEO niet doet, is uw staat van aanbrengsten waarderen of de verdeling voor u vaststellen.
- Wat kan LEO in familierecht juist níet?
- Hij beslist niets en weegt niets. Hij maakt geen alimentatieberekening waarop u blind kunt varen, hij bepaalt geen hoofdverblijfplaats en hij neemt de beslissing van de rechter niet over. Hij gebruikt ook geen zaken van andere kantoren als materiaal: wat u in LEO zet, blijft van u en wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen. Wat hij wel doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt — artikel, lid, ECLI of het reglement — zodat u die in een paar seconden zelf kunt nalezen.