Belastingrecht

    AI voor belasting­advocaten in de juridische praktijk.

    Voor het advocatenkantoor met een fiscale praktijk naast de andere rechtsgebieden: LEO leest de wettekst in de versie die in het betrokken belastingjaar gold, de beleidsbesluiten van de staatssecretaris zoals ze in de Staatscourant staan, en de arresten van de belastingkamer van de Hoge Raad. Elke stelling met vindplaats: artikel, lid, paragraaf of ECLI. Werkt u vooral fiscaal, dan is LEO Fiscaal de bedoelde variant — die heeft daarnaast de kennisgroepstandpunten van de Belastingdienst, de NOB-commentaren en de fiscale kennisbanken.

    Bekijk LEO in uw eigen praktijk

    Een demo van een half uur, met een vraag uit uw eigen praktijk. Laat uw gegevens achter, dan nemen we binnen één werkdag contact op.

    We gebruiken uw gegevens alleen om contact op te nemen. Zie de privacyverklaring.

    De bronnen

    Wat LEO hier zelf meeneemt, en waar LEO Fiscaal begint.

    Sinds september 2026 heeft belastingrecht in het juridische profiel geen eigen fiscale bronnen meer: de Belastingdienst met zijn kennisgroepen, de fiscale kennisbanken, de NOB-commentaren, de advieskantoren en DG TAXUD zitten in LEO Fiscaal, het profiel voor fiscalisten en belastingadviseurs. Wat hier meedoet, is de basislaag die in elk profiel aanstaat — en die draagt voor dit vak precies de lagen waar een processtuk op rust: de wet per belastingjaar, de Staatscourant, de rechtspraak, het EU-recht en de verdragen met hun status. Per bron staat hieronder wat hij hier oplevert.

    Erbij zodra u hem zelf aanzet

    De parlementaire documenten van de Tweede Kamer bestaan wél, maar komen er niet vanzelf bij: ze zitten in een categorie die u in de beheeromgeving aanvinkt.

    • Tweede Kamer — Parlementaire documenten

      Levert de parlementaire behandeling van een fiscaal wetsvoorstel: moties, amendementen, Kamervragen en toezeggingen van de staatssecretaris.

    Staat in élk profiel aan

    Deze vijf doen altijd mee, ongeacht vakgebied — ze dragen de wettekst, de Staatscourant, de rechtspraak, het EU-recht en de verdragsteksten met hun status waar elk fiscaal antwoord op steunt.

    • Verdragenbank

      Beantwoordt of een belastingverdrag op de relevante datum gold, voor welke Koninkrijksdelen, en of er voorbehouden zijn gemaakt — de vraag vóór de verdragstoepassing.

    • Wetten.nl

      Levert de Wet IB 2001, de Wet Vpb 1969, de Wet OB 1968 en de AWR in de versie die in het betrokken belastingjaar gold — bij fiscale vragen is de peildatum het halve antwoord.

    • Officiële Publicaties (KOOP)

      Levert de beleidsbesluiten van de staatssecretaris zoals ze in de Staatscourant zijn bekendgemaakt, en de Staatsbladen met de wijzigingswetten — de oorspronkelijke publicatie, niet een samenvatting ervan.

    • Rechtspraak.nl (ECLI)

      Levert de fiscale arresten van de Hoge Raad en de uitspraken van de gerechtshoven op ECLI en volledige tekst.

    • EUR-Lex (EU-recht)

      Geeft de btw-richtlijn, de moeder-dochterrichtlijn en de HvJ-arresten waar de nationale uitleg aan gebonden is.

    Een bron staat op deze pagina alleen als hij op dit profiel ook echt activeert; wat een keuze van u vraagt, staat apart. Onder elk antwoord in LEO staat welke bronnen daadwerkelijk meededen — u hoeft ons niet op ons woord te geloven.

    Alle 120 officiële bronnen →

    De lagenstapel

    Wet, beleidsbesluit, standpunt — drie statussen, geen synoniemen.

    In fiscale dossiers komt het antwoord zelden uit de wet alleen. Eromheen ligt uitvoeringsbeleid, en dat beleid heeft niet overal dezelfde status. Het Besluit Fiscaal Bestuursrecht zegt zelf hoe de lagen zich verhouden. De wet en het beleidsbesluit haalt LEO in het juridische profiel zelf op; de drie lagen daaronder zitten in LEO Fiscaal, dat ze elk met hun eigen status citeert.

    De wettekst, in de versie van het belastingjaarwetten.overheid.nl, geldigheidsversie per datum
    De Wet IB 2001, de Wet Vpb 1969, de Wet OB 1968 en de AWR staan er per geldigheidsversie. Dat is geen detail: op 15 september 2026 gold van de AWR de versie die op 11 april 2026 inging, terwijl de versie voor 1 januari tot en met 10 april 2026 als aparte tekst naast blijft staan. Een advies over belastingjaar 2024 leest dus een andere tekst dan een advies over 2026, en LEO haalt die op in plaats van hem uit het geheugen te citeren.
    Het beleidsbesluitBesluit Fiscaal Bestuursrecht, § 2 lid 1 (Stcrt. 2025, 7809)
    „Een beleidsbesluit is een beleidsregel in de zin van artikel 1:3, vierde lid, Awb en wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.” Vastgesteld door of namens de staatssecretaris, met generieke werking. Dit is de laag waarop u een goedkeuring of een toezegging kunt bouwen.
    Het kennisgroepstandpuntBesluit Fiscaal Bestuursrecht, § 2 lid 2 (Stcrt. 2025, 7809) · in LEO Fiscaal
    Volgens hetzelfde besluit legt de inspecteur een rechtsvraag voor aan een kennisgroep en neemt hij het standpunt daarvan over: „Een kennisgroepstandpunt is een voorbeeld van een vaste gedragslijn. Een standpunt van een kennisgroep wordt openbaar gemaakt via kennisgroepen.belastingdienst.nl.” Een vaste gedragslijn dus, geen beleidsregel in de Staatscourant — en dat verschil hoort in uw stuk terug te komen.
    Het commentaar van de OrdeNOB-commentaren en consultatiereacties · in LEO Fiscaal
    Het practitionerperspectief op wetsvoorstellen en consultaties: wat werkt niet, wat is onduidelijk, welke alternatieve uitleg is verdedigbaar. Bruikbaar als argument, niet als grondslag.
    Het commentaar van advieskantorenJongbloed, Archipel en KPMG Meijburg & Co · in LEO Fiscaal
    Publieke kennisbanken van fiscaal-juridische advieskantoren over IB, Vpb, btw, loonheffing, transfer pricing en Pijler Twee. LEO Fiscaal voert ze op als wat ze zijn: commentaar, geen formele bron. Een advies dat hierop steunt zonder de wet, het besluit of het arrest erachter, steunt op niets.

    Zonder dit onderscheid wordt een standpunt van een kennisgroep in een processtuk net zo stellig geciteerd als een artikel uit de AWR. Dat is precies het soort fout dat de wederpartij als eerste ziet.

    Eén vraag, uitgewerkt

    Belastingadvocaat · navorderingsaanslag · belastingplichtige

    „De inspecteur navordert en beroept zich op de kenbare fout van artikel 16 lid 2 onderdeel c AWR. Wij zien geen fout maar een beoordeling: hij had de aangifte gezien en er anders over gedacht. Houdt dat stand?”

    Zo komt het antwoord terug

    De hoofdregel

    Artikel 16 lid 1 AWR laat navordering toe als enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat te weinig is geheven, maar sluit daar meteen op aan: „Een feit, dat de inspecteur bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond voor navordering opleveren, behoudens in de gevallen waarin de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is.”

    De uitzondering waarop de inspecteur zich beroept

    Artikel 16 lid 2 onderdeel c AWR laat navordering wél toe als ten gevolge van een fout te weinig is geheven „hetgeen de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is, waarvan in elk geval sprake is indien de te weinig geheven belasting ten minste 30 percent van de ingevolge de belastingwet verschuldigde belasting bedraagt”. De drempel van dertig procent gaat dus over de kenbaarheid, niet over de vraag óf er een fout was.

    De kink in deze zaak

    Daar zit uw verweer. De Hoge Raad oordeelde op 27 juni 2014 dat de wetgever met deze regeling niet heeft willen breken met de eerdere rechtspraak over beoordelingsfouten: herstel door navordering is niet mogelijk als de aanslag te laag is vastgesteld door een verwijtbaar onjuist inzicht van de inspecteur in de feiten, of door een onjuist inzicht in het recht. „Een dergelijke beoordelingsfout kan niet op basis van artikel 16, lid 2, letter c, AWR worden hersteld, ook niet indien zij voor de belastingplichtige kenbaar was.”

    Wat dat betekent voor uw onderzoek

    De vraag verschuift van de dertig procent naar de aard van de misslag, en die blijkt uit het dossier van de inspecteur: is er beoordeeld, of is er iets misgegaan in de verwerking. Reken daarbij op een tweede termijn naast de vijfjaarstermijn — voor zover navordering alleen op onderdeel c kan rusten, vervalt de bevoegdheid al twee jaren na de vaststelling van de aanslag (artikel 16 lid 3, slotzin AWR). Controleer die datum voordat u inhoudelijk gaat schrijven.

    De termijnen

    Navordering, naheffing en de klok eromheen.

    Fiscale termijnen lijken op elkaar en lopen net niet gelijk. LEO noemt ze niet uit het hoofd maar leest ze uit de wettekst in de versie die op uw dossier van toepassing is; hieronder staat de stand van de AWR en de Awb zoals die op 15 september 2026 gold.

    De aanslagtermijnartikel 11 lid 3 AWR
    „De bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag vervalt door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt deze termijn met de duur van dit uitstel verlengd.”
    Navorderingartikel 16 lid 3 en lid 4 AWR
    Vijf jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan, verlengd met de duur van verleend uitstel. Voor een bestanddeel dat in het buitenland wordt gehouden of is opgekomen: twaalf jaren. En de termijn die het vaakst wordt gemist — voor zover navordering zonder het tweede lid, onderdeel c, niet zou kunnen plaatsvinden, vervalt de bevoegdheid al na twee jaren na het tijdstip waarop het besluit is genomen om geen aanslag op te leggen dan wel de belastingaanslag is vastgesteld.
    Naheffingartikel 20 lid 1 en lid 3 AWR
    Bij belasting die op aangifte moet worden voldaan of afgedragen geldt geen nieuw-feit-eis: de inspecteur kan naheffen als de belasting niet is betaald. De termijn is vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan — een ander aanknopingspunt dan bij navordering, waar de klok loopt vanaf het tijdstip waarop de schuld ontstond.
    Bezwaarartikel 6:7 Awb, artikel 22j AWR en artikel 6:11 Awb
    De termijn zelf staat in de Awb: „De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken.” De aanvang staat in de AWR, in afwijking van artikel 6:8 Awb: de dag na die van dagtekening van het aanslagbiljet, tenzij die dagtekening vóór de bekendmaking ligt. Te laat betekent niet automatisch niet-ontvankelijk: artikel 6:11 Awb houdt dat oordeel achterwege „indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest”.

    En de boete? Artikel 67e lid 1 AWR laat bij navordering een vergrijpboete toe van ten hoogste 100 percent van de grondslag, gelijktijdig met de navorderingsaanslag. De Hoge Raad heeft daar een harde grens aan gesteld: bij een pleitbaar standpunt is er geen plaats voor zo’n boete, en die pleitbaarheid wordt naar objectieve maatstaven beoordeeld (HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:638, r.o. 3.4.5). LEO zet die maatstaf naast uw casus; de weging blijft van u.

    Vragen uit dit vak

    Wat fiscalisten als eerste vragen.

    Rekent LEO met het belastingjaar dat mijn dossier vraagt?
    Ja, want die peildatum is in dit vak het halve antwoord. Wetten.overheid.nl draagt van elke wet een aparte tekst per geldigheidsversie: op 15 september 2026 gold van de AWR de versie die op 11 april 2026 inging, terwijl de versie voor 1 januari tot en met 10 april 2026 daarnaast blijft staan. LEO haalt de tekst op de datum die uw dossier vraagt en noemt tarieven, schijven, drempels en forfaits niet uit het geheugen — dat zijn precies de getallen die jaarlijks wijzigen.
    Houdt LEO het verschil tussen een beleidsbesluit en een kennisgroepstandpunt vast?
    Dat verschil legt de staatssecretaris zelf vast in het Besluit Fiscaal Bestuursrecht (§ 2, zoals gewijzigd bij besluit van 25 februari 2025, Stcrt. 2025, 7809). Een beleidsbesluit is „een beleidsregel in de zin van artikel 1:3, vierde lid, Awb” en wordt bekendgemaakt in de Staatscourant; dat haalt LEO in het juridische profiel zelf op. Een kennisgroepstandpunt is volgens datzelfde besluit „een voorbeeld van een vaste gedragslijn” en wordt openbaar gemaakt via kennisgroepen.belastingdienst.nl — die bron zit in LEO Fiscaal, niet hier. LEO Fiscaal citeert beide apart en met hun eigen status, in plaats van ze als ‘het standpunt van de fiscus’ op te voeren.
    Houdt LEO navordering en naheffing uit elkaar?
    Ja, en hij leest de termijnen uit de bron in plaats van ze uit het hoofd te noemen. Navordering (artikel 16 AWR) vraagt een nieuw feit of kwade trouw en vervalt na vijf jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan, verlengd met verleend uitstel, en na twaalf jaren bij een bestanddeel dat in het buitenland wordt gehouden of is opgekomen. Naheffing (artikel 20 AWR) geldt bij belasting die op aangifte moet worden voldaan of afgedragen, kent geen nieuw-feit-eis en vervalt vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan. Twee keer vijf jaar, twee verschillende startpunten.
    Welke bezwaartermijn hanteert LEO?
    Die van de wet, en hij noemt de twee bepalingen apart omdat ze niet hetzelfde regelen. De lengte staat in artikel 6:7 Awb: de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken. De aanvang staat in artikel 22j AWR, in afwijking van artikel 6:8 Awb: de dag na die van dagtekening van het aanslagbiljet of van het afschrift van een voor bezwaar vatbare beschikking, tenzij de dagtekening vóór de dag van bekendmaking ligt. Is de termijn verstreken, dan wijst LEO op artikel 6:11 Awb — niet-ontvankelijkverklaring blijft achterwege als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
    Doen de belastingverdragen en het OESO-materiaal vanzelf mee?
    De verdragen zelf wel: de Verdragenbank staat in elk profiel aan en beantwoordt of een belastingverdrag op de relevante datum gold, voor welke Koninkrijksdelen en met welke voorbehouden. Het OESO-modelverdrag met commentaar, het Multilateraal Instrument en de Pijler Twee-guidance niet — dat corpus zit in LEO Fiscaal. De parlementaire documenten van de Tweede Kamer zitten in een categorie die u in de beheeromgeving aanzet.
    Waar zijn Jongbloed, Archipel en Meijburg gebleven?
    In LEO Fiscaal. Dat zijn publieke kennisbanken van fiscaal-juridische advieskantoren, en LEO Fiscaal voert ze op als commentaar: bruikbaar om een lijn of een tegenargument te vinden, nooit als grondslag. In het juridische profiel doen ze niet mee; daar steunt een fiscale stelling op de wet, het beleidsbesluit of het arrest zelf.
    Wat is het verschil met LEO Fiscaal op /fiscaal?
    De bronnenset. Deze pagina gaat over belastingrecht binnen een juridisch profiel: de fiscale kant van een advocatenpraktijk, naast de andere rechtsgebieden waarin datzelfde kantoor werkt. Sinds september 2026 zitten de eigen fiscale bronnen — de Belastingdienst met zijn kennisgroepen, de fiscale kennisbanken, de NOB-commentaren, de advieskantoren, DG TAXUD en het OESO-corpus — uitsluitend in LEO Fiscaal, de variant voor fiscalisten en belastingadviseurs. Hier werkt LEO met de wet, de Staatscourant, de rechtspraak, het EU-recht en de verdragen. Welke bronnen bij een antwoord meededen, staat in beide gevallen onder dat antwoord.
    Wat kan LEO in belastingrecht juist níet?
    Hij doet geen aangifte, dient geen bezwaarschrift in en voert geen vooroverleg met de inspecteur. Hij voorspelt ook niet of een standpunt het haalt. Waar het op aankomt — is dit standpunt pleitbaar — blijft een weging van u: de Hoge Raad toetst dat naar objectieve maatstaven (HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:638, r.o. 3.4.5), en LEO levert daarvoor de wettekst, het besluit en de rechtspraak met de vindplaats erbij, zodat u die weging in een paar seconden kunt nalezen in plaats van reconstrueren.

    Aangiftes en correspondentie met de fiscus horen nergens anders thuis.

    Fiscale dossiers raken aan cijfers die een cliënt met niemand deelt. Wat u in LEO zet, blijft van u: uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen. Zo is dat geregeld →

    GDPR-compliant

    Verwerking volledig binnen de AVG. Uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen.

    Opslag in de EU

    Eigen servers in EU-datacenters (Duitsland en Finland) — geen hyperscaler. TLS 1.2+ in transport en een volledig versleuteld datavolume (LUKS2 full-disk) op elke productiehost, waar ook de back-ups staan.

    ISO27001

    ISO 27001 en NEN 7510 gecertificeerd

    Prudai is gecertificeerd volgens ISO/IEC 27001:2022 en NEN 7510-1:2024. Afgegeven door Brand Compliance, geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie (RvA C 548), en geldig tot en met 29 september 2029. Scope en details in ons Trust Center.

    Alle details, subverwerkers en documentatie: trust.prudai.com

    Wilt u ook een eigen paralegal?

    Probeer LEO gratis.